ECLI:NL:CRVB:2015:434
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geschiktheid voor arbeid en beëindiging recht op ziekengeld per 8 mei 2012
Appellant, die sinds 1 oktober 1989 werkzaam was als productiemedewerker, meldde zich op 12 april 2011 ziek vanwege toegenomen nek-, schouder- en hoofdpijnklachten. Na onderzoek door een verzekeringsarts op 8 mei 2012 werd vastgesteld dat appellant per die datum geschikt was voor zijn arbeid, waarna het UWV het recht op ziekengeld beëindigde.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat zijn beperkingen door artrose en klachten hem ongeschikt maakten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de medische gegevens geen aanleiding gaven voor een andere conclusie.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt en verwees naar een brief van zijn orthopedisch chirurg uit april 2013. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze brief geen nieuwe beperkingen per 8 mei 2012 aantoonde en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de medische informatie adequaat had betrokken.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat appellant per 8 mei 2012 geschikt was voor zijn arbeid en dat het recht op ziekengeld terecht was beëindigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het recht op ziekengeld per 8 mei 2012 wordt bevestigd.