Uitspraak
27 maart 2015, 14/3616 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam als [naam functie A] in schaal 4 en werd door de korpschef toegewezen aan een LFNP-functie [naam functie B] in schaal 4 volgens de transponeringstabel, die onderdeel is van het Landelijk Functiegebouw Nationale Politie (LFNP).
De rechtbank had het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond verklaard, stellende dat de transponeringstabel een algemeen verbindend voorschrift is en dat de inhoudelijke afwijking van de LFNP-functie ten opzichte van de korpsfunctie voorzienbaar en geaccepteerd is. Ook het beroep op de hardheidsclausule en het gelijkheidsbeginsel faalde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de transponeringstabel niet als algemeen verbindend voorschrift geldt, maar wel zwaarwegende betekenis heeft. De korpschef mag volstaan met toepassing van de tabel. De inhoudelijke afwijking en mogelijke verschraling van taken zijn inherent aan het nieuwe functiegebouw en vormen geen onbillijkheid van overwegende aard. De onzekere positie van appellante in de reorganisatie rechtvaardigt geen toepassing van de hardheidsclausule. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt wegens gebrek aan gelijke gevallen.
De Raad bevestigt het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van de LFNP-functie wordt bevestigd.