ECLI:NL:CRVB:2015:4348
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afdwingbaarheid aanspraken langdurigheidstoeslag vervalt na vijf jaar
Appellante diende een aanvraag in voor langdurigheidstoeslag over de jaren 2004 tot en met 2008, welke door het college van burgemeester en wethouders van Leiden werd afgewezen omdat de aanspraken over de jaren 2004 tot en met 2007 niet meer in rechte afdwingbaar zijn na het verstrijken van vijf jaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en verwees naar eerdere jurisprudentie.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de wetgever geen termijnbeperking heeft gesteld voor het indienen van een aanvraag om langdurigheidstoeslag. De Raad oordeelde dat op grond van vaste rechtspraak financiële aanspraken jegens de overheid na vijf jaar niet meer afdwingbaar zijn, hetgeen ook geldt voor de langdurigheidstoeslag. Dit volgt niet alleen uit de wet, maar ook niet uit de wetsgeschiedenis.
De Raad concludeerde dat geen bijzondere omstandigheden zijn aangevoerd die aanleiding geven om van deze rechtsregel af te wijken. Daarom wordt het hoger beroep afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd wegens verjaring van de aanspraken op langdurigheidstoeslag.