ECLI:NL:CRVB:2015:4351
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.E. Bakker
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Intrekking WIA-uitkering wegens simulatie en misleiding door appellante
Appellante, die sinds 2006 wegens psychische klachten arbeidsongeschikt was, kreeg vanaf 2 september 2008 een WIA-uitkering toegekend. Later onderzoek, mede naar aanleiding van een strafrechtelijk onderzoek tegen haar psychiater, wees uit dat appellante bewust een ernstige psychiatrische aandoening had voorgewend en de artsen had misleid. Een psychiatrisch onderzoek in 2012 concludeerde dat er geen ernstige psychiatrische stoornis aanwezig was en dat appellante geschikt was voor passend werk met lichte beperkingen.
Het Uwv trok daarop de WIA-uitkering en toeslagen met terugwerkende kracht in en vorderde de onverschuldigd betaalde bedragen terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was en dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en stelt dat er geen dringende redenen zijn om van intrekking en terugvordering af te zien.
Appellante voerde aan dat zij destijds last had van paniekaanvallen en onder invloed stond van derden, en dat het psychiatrisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, maar deze gronden overtuigden de Raad niet. De Raad concludeert dat de beperkingen juist zijn vastgesteld en dat de uitkering ten onrechte is toegekend en verstrekt. De uitspraak bevestigt de intrekking van de WIA-uitkering en terugvordering van de toeslagen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WIA-uitkering en toeslagen met terugwerkende kracht wegens simulatie en misleiding.