ECLI:NL:CRVB:2015:4366
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op ziekengeld na medisch oordeel over arbeidsgeschiktheid
Appellant, werkzaam als beveiligingsbeambte, ontving een uitkering op grond van de Ziektewet na ziekmelding met psychische klachten. Het UWV beëindigde het recht op ziekengeld per 16 augustus 2013 na medisch onderzoek door verzekeringsartsen die concludeerden dat appellant voldoende belastbaar was om zijn arbeid te hervatten.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard op basis van een rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit eveneens ongegrond, waarbij zij het medisch onderzoek en de conclusies van de verzekeringsartsen als zorgvuldig en juist beoordeelde.
In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank niet had mogen oordelen omdat hij niet op de zitting was verschenen vanwege zijn depressie. De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij door zijn medische toestand niet in staat was zijn post te openen en dat de gevolgen daarvan voor zijn risico kwamen.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank over het medisch onderzoek en de arbeidsgeschiktheid. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het recht op ziekengeld blijft beëindigd.