ECLI:NL:CRVB:2015:4367
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift te laat ingediend tegen beëindiging Ziektewetuitkering
Appellante ontving op 10 oktober 2013 het besluit van het UWV dat haar Ziektewetuitkering per 11 oktober 2013 werd beëindigd. Zij diende een bezwaarschrift in dat door het UWV op 21 november 2013 niet-ontvankelijk werd verklaard wegens te late indiening. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante eveneens niet-ontvankelijk omdat het buiten de wettelijke beroepstermijn van zes weken was ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was.
In hoger beroep stelde appellante dat een medewerker van het UWV haar had geadviseerd niet in beroep te gaan, en dat haar medische conditie haar belemmerde tijdig te reageren. De Raad oordeelde dat het advies van de medewerker slechts inhield dat het beroep kansloos zou zijn, maar appellante zelf verantwoordelijk bleef voor tijdige indiening. Bovendien had appellante geen medische onderbouwing geleverd waaruit bleek dat zij gedurende de beroepstermijn niet in staat was een beroepschrift in te dienen of hulp in te schakelen.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing werd op 25 november 2015 door de Centrale Raad van Beroep uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen wegens niet-tijdige indiening van het beroepschrift zonder verschoonbare omstandigheden.