ECLI:NL:CRVB:2015:4370
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens arbeidsgeschiktheid voor WIA-functies
Appellant, die sinds 1 september 2009 wegens knieklachten arbeidsongeschikt was, kreeg aanvankelijk een WIA-uitkering geweigerd en vervolgens een Ziektewetuitkering toegekend na ziekmelding wegens psychische en knieklachten.
Het UWV stelde op 21 augustus 2013 vast dat appellant vanaf 28 augustus 2013 geschikt is voor eerder geduide functies als samensteller en productiemedewerker, waarna de ZW-uitkering werd beëindigd. Appellant maakte bezwaar en beroep, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch onderzoek onvoldoende gemotiveerd was en dat een arbeidsdeskundige had moeten worden geraadpleegd. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, inclusief psychiatrische expertise en dossierstudie, en dat het oordeel over arbeidsgeschiktheid aan de verzekeringsarts toekomt.
De Raad concludeerde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn psychische klachten op de datum in geding zodanig ernstig waren dat hij niet geschikt was voor de functies. Ook volgde uit latere ziekmelding niet dat hij op de datum in geding meer beperkt was. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht meer heeft op Ziektewetuitkering per 28 augustus 2013 wegens geschiktheid voor eerder geduide WIA-functies.