ECLI:NL:CRVB:2015:4380
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens vermeende onttrekking aan tenuitvoerlegging vrijheidsstraf
Appellant vroeg bijstand aan volgens de WWB, maar het college weigerde dit aanvankelijk. Na een voorlopige voorziening werd bijstand verleend, maar later ingetrokken en teruggevorderd omdat appellant zich zou hebben onttrokken aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf. Het college baseerde zich op informatie van het CJIB dat appellant als voortvluchtige stond geregistreerd.
Appellant betwistte deze onttrekking en stelde dat hij niet op de hoogte was van een omzetting van werkstraf naar gevangenisstraf en dat hij sinds september 2012 op zijn uitkeringsadres woonde. De Raad oordeelde dat het college onvoldoende had onderbouwd dat appellant zich daadwerkelijk aan de tenuitvoerlegging had onttrokken. De verstrekte informatie van het CJIB was minimaal en niet verifieerbaar.
De Raad vernietigde het besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstand en herroept het primaire besluit voor zover het deze intrekking en terugvordering betreft. Tevens werd het college veroordeeld in de kosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd en herroepen.