ECLI:NL:CRVB:2014:3691
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over intrekking bijstand wegens vermeende voortvluchtigheid
Appellant ontving bijstand sinds juni 2007. Het college trok de bijstand met terugwerkende kracht in vanaf juli 2011 vanwege een melding van het CJIB dat appellant zich sinds december 2008 als voortvluchtig zou hebben geregistreerd. Appellant betwistte dit en stelde niet op de hoogte te zijn van de omzetting van een taakstraf naar een vrijheidsstraf.
De Raad beoordeelde dat het college in eerste instantie terecht afging op de CJIB-melding, maar dat bij gemotiveerde betwisting nader onderzoek vereist is. Het onderzoek van het college was onvoldoende omdat de informatie over pogingen tot tenuitvoerlegging niet verifieerbaar was en appellant stelde steeds op hetzelfde adres te wonen zonder kennis van de strafomzetting.
De Raad concludeerde dat niet is komen vast te staan dat appellant zich aan de tenuitvoerlegging heeft onttrokken, waardoor het besluit niet zorgvuldig was voorbereid en vernietigd moet worden. Het college moet een nieuw, zorgvuldig onderzoek instellen en een nieuw besluit nemen, waarbij ook de duur van intrekking en terugvordering nader gemotiveerd moet worden.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen na nader onderzoek.