ECLI:NL:CRVB:2015:4381
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep in bijstandszaak waarbij appellant geheel is tegemoetgekomen zonder proceskostenveroordeling
Appellante stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag inzake een bijstandsuitkering. De Raad heeft op 3 februari 2015 een tussenuitspraak gedaan en het college heeft op 19 mei 2015 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen. Naar aanleiding hiervan trok appellante het hoger beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 21 Beroepswet Pro het bestuursorgaan op verzoek kan worden veroordeeld in de kosten indien het geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt. Echter, het college stelde dat de oorspronkelijke beslissing rechtmatig was op basis van de toen beschikbare gegevens en dat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden door het verzwijgen van een bankrekening en het niet overleggen van bankafschriften.
Omdat appellante de benodigde bankafschriften pas in hoger beroep heeft overgelegd en niet aannemelijk is gemaakt dat zij dit eerder niet kon doen, is het aan haarzelf te wijten dat zij meerdere procedures moest voeren. Daarom wees de Raad het verzoek om proceskostenvergoeding af en besloot dat het college niet in de kosten wordt veroordeeld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt geheel toegewezen, maar het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.