Uitspraak
1 december 2014, 14/7066 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving tot 2012 bijstand en diende in december 2013 een nieuwe aanvraag in, waarbij hij aangaf op hetzelfde adres te wonen als voorheen. Het college weigerde de bijstand op grond van het vermoeden dat appellant niet zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres, gebaseerd op een huisbezoek en een verklaring van appellant.
De Raad oordeelt dat de onderzoeksresultaten onvoldoende zijn om te concluderen dat appellant niet op het opgegeven adres woonde. Persoonlijke bezittingen en verklaringen van appellant ondersteunen dat hij daar zijn hoofdverblijf had, ondanks het sobere karakter van zijn kamer.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op binnen acht weken een nieuwe beslissing te nemen, inclusief een beoordeling van het verzoek om schadevergoeding. Tevens wordt het besluit op de tweede aanvraag herroepen en het college veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvragen wordt vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.