ECLI:NL:CRVB:2015:4413
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand na niet verschijnen op gesprek
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) sinds 2008. In juni 2014 werd in zijn woning een hennepkwekerij aangetroffen, waarna het college van burgemeester en wethouders van Arnhem de bijstand opschortte en appellant uitnodigde voor een gesprek met het verzoek bepaalde gegevens mee te nemen. Appellant verscheen niet op de gesprekken en reageerde niet op de uitnodigingen.
Het college trok de bijstand per 8 juli 2014 in op grond van artikel 54, vierde lid, WWB. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat appellant geen verwijt kon worden ontzegd voor het niet verschijnen en het niet aanleveren van gegevens. Appellant stelde in hoger beroep geen nieuwe feiten of omstandigheden die dit oordeel konden wijzigen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college bevoegd was de bijstand in te trekken, omdat appellant naliet binnen de gestelde termijn de gevraagde gegevens te verstrekken en dit hem te verwijten viel. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand wegens het niet verschijnen op het gesprek en het niet aanleveren van gevraagde gegevens.