Uitspraak
OVERWEGINGEN
6 augustus 2012 heeft appellante een re-integratieplan ondertekend met een looptijd van
29 oktober 2012 haar baan bij werkgever opgezegd.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, aan wie een Wajong-uitkering is toegekend, volgde een re-integratietraject gericht op het vinden van passend betaald werk. Zij trad in dienst bij het UWV Werkbedrijf met een jaarcontract en een re-integratieplan dat inzet en betrokkenheid vereiste.
Na bezwaar tegen het re-integratieplan maakte appellante kenbaar haar baan op te zeggen vanwege een nieuwe opleiding. Ondanks gesprekken over alternatieve functies en begeleiding weigerde zij verdere re-integratie-inspanningen en zegde haar baan op.
Het UWV legde daarop een maatregel op door haar uitkering met 50% te verlagen wegens het schaden van haar re-integratiemogelijkheden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat appellante haar verplichtingen uit het re-integratieplan niet is nagekomen en dat het opzeggen van de arbeidsovereenkomst haar verwijtbaar is, mede gezien de geboden alternatieven en waarschuwing voor consequenties. De maatregel was passend vanwege de verhoogde verwijtbaarheid en de nadelige gevolgen voor haar re-integratie.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de Wajong-uitkering met 50% wegens het opzeggen van de arbeidsovereenkomst in strijd met het re-integratieplan.