ECLI:NL:CRVB:2015:4482
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante ontving sinds 2003 een WAO-uitkering, laatstelijk berekend op 45-55% arbeidsongeschiktheid. Na haar melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid in februari 2013 verrichtte het UWV een verzekeringsgeneeskundig en arbeidsdeskundig onderzoek. Op 3 september 2013 besloot het UWV de uitkering te beëindigen wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15% vanaf 4 november 2013.
Appellante maakte bezwaar, maar dit werd door het UWV ongegrond verklaard. De rechtbank Zeeland-West-Brabant bevestigde dit besluit en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellante onvoldoende medische onderbouwing leverde voor haar stelling dat fibromyalgie tot meer beperkingen leidt dan aangenomen. De rechtbank achtte haar belastbaarheid passend bij de onderzochte functies.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, stellende dat het onderzoek te beperkt was en dat zij vanwege haar aandoeningen niet in staat is arbeid te verrichten. De Raad concludeerde echter dat het onderzoek zorgvuldig was, onder meer omdat het dossier volledig werd bestudeerd en een uitgebreid lichamelijk onderzoek plaatsvond. Appellante gaf geen objectieve medische gegevens om haar standpunt te onderbouwen.
De Raad achtte het aannemelijk dat appellante toestemming gaf om af te zien van een hoorzitting. Gezien de medische rapporten en de functies waarop de beoordeling was gebaseerd, werd geconcludeerd dat de belastbaarheid van appellante niet werd overschreden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.