ECLI:NL:CRVB:2015:4488
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering nabestaandenuitkering wegens minder dan 45% arbeidsongeschiktheid
Appellante vroeg in juni 2010 een nabestaandenuitkering aan na het overlijden van haar echtgenoot. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) liet het UWV onderzoeken of zij arbeidsongeschikt was volgens de Algemene nabestaandenwet (ANW). Het UWV concludeerde dat appellante minder dan 45% arbeidsongeschikt was, gebaseerd op medisch onderzoek in Marokko, waaronder rapporten van een cardioloog, psychiater en een arts van de Caisse Nationale de Sécurité Sociale.
De Svb wees de aanvraag af omdat appellante niet voldeed aan de arbeidsongeschiktheidseis. Appellante maakte bezwaar en overhandigde een verklaring van haar behandelend psychiater die haar arbeidsongeschiktheid op 75% stelde, maar dit werd door de Svb en rechtbank niet erkend vanwege het ontbreken van objectieve medische onderbouwing.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen van appellante juist waren vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Appellante stelde in hoger beroep dat zij ziek was en niet kon werken, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank. De Raad volgde de uitleg van artikel 11 ANW Pro en sloot aan bij de arbeidsongeschiktheidswetgeving, oordeelde dat appellante de passende functies kon verrichten zonder relevant verdienverlies en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de nabestaandenuitkering omdat appellante minder dan 45% arbeidsongeschikt is.