ECLI:NL:CRVB:2015:449
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Geen arbeidsongeschiktheid door dienstongeval bij woon-werkverkeer na ongeval
Appellante, werkzaam bij de gemeente Eindhoven, kreeg op 7 december 1998 een auto-ongeluk tijdens haar rit van een spreekuur in Valkenswaard naar huis. Zij was sindsdien gedeeltelijk arbeidsongeschikt. Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven paste vanaf 2012 een korting op haar bezoldiging toe wegens langdurige arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank Oost-Brabant oordeelde dat het ongeval niet als dienstongeval kon worden aangemerkt omdat het plaatsvond tijdens woon-werkverkeer en vernietigde het besluit van het college. Het college nam daarop een nieuw besluit met een gedeeltelijke korting.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De Raad stelt vast dat de rit van de spreekuurplaats naar huis woon-werkverkeer betreft en dat appellante geen aannemelijk gemaakte afspraak had die dit als diensttijd zou kwalificeren. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het ongeval wordt niet als dienstongeval aangemerkt, waardoor appellante geen recht heeft op arbeidsongeschiktheid in en door de dienst.