ECLI:NL:CRVB:2015:4517
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor WIA-functies bevestigd
Appellante was werkzaam als schoonmaakster/afwasser en meldde zich ziek met lichamelijke klachten. Het UWV beëindigde haar Ziektewet-uitkering omdat zij volgens medisch onderzoek geschikt werd geacht voor functies die binnen de WIA-beoordeling zijn geduid.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij door hand- en polsklachten niet geschikt zou zijn voor deze functies en dat het medisch onderzoek onvoldoende onderbouwd was. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief dossieronderzoek en lichamelijk onderzoek waarbij de rechterhand expliciet werd betrokken.
De verzekeringsarts concludeerde dat appellante geschikt is voor lichte functies zoals productiemedewerker voedingsmiddelenindustrie en inpakster, waarbij de handbelasting binnen haar mogelijkheden ligt. Appellante heeft haar stellingen niet met aanvullende medische informatie onderbouwd.
Daarom is het besluit van het UWV om de Ziektewet-uitkering te beëindigen met ingang van 2 oktober 2013 terecht. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewet-uitkering bevestigd.