ECLI:NL:CRVB:2015:4528
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.E. Bakker
- G. van Zeben-de Vries
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant meldde zich in februari 2011 ziek vanwege psychische en rugklachten en ontving een WW-uitkering. Het UWV stelde in januari 2013 vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een WIA-uitkering. Dit besluit werd bij bezwaar en beroep bevestigd, waarbij de medische beoordeling en arbeidsdeskundige rapportage als zorgvuldig en juist werden beoordeeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek van de verzekeringsarts bezwaar en beroep zorgvuldig was uitgevoerd en dat de functionele mogelijkhedenlijst (FML) een juiste weergave gaf van de belastbaarheid van appellant. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische klachten werden onderschat en dat de bevindingen van zijn behandelend psycholoog onvoldoende werden meegewogen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe gronden bevat die aanleiding geven het eerdere oordeel te herzien. De Raad bevestigt dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de psychiater Henselmans het medisch dossier zorgvuldig hebben beoordeeld en dat de FML een juiste vertaling is van de beperkingen. Ook de arbeidsdeskundige heeft de geschiktheid voor functies voldoende gemotiveerd. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.