ECLI:NL:CRVB:2015:4533
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet-thuiswonend zijn
Appellante kreeg studiefinanciering toegekend op basis van de norm voor uitwonende studenten. Na een controle met huisbezoek bleek dat zij niet daadwerkelijk op het geregistreerde adres woonde, maar slechts ingeschreven stond. De minister herzag daarom de studiefinanciering en vorderde een bedrag terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat het huisbezoek onvoldoende bewijs leverde, onder meer vanwege het ontbreken van studieboeken en administratie en het lage waterverbruik. Zij overhandigde aanvullende bewijsstukken en stellingen.
De Raad oordeelde dat de minister voldoende aannemelijk had gemaakt dat appellante niet op het adres woonde, mede door het ontbreken van persoonlijke eigendommen en het ontbreken van geloofwaardige tegenbewijs. De herziening van de studiefinanciering was daarom terecht en de hardheidsclausule was niet van toepassing.
De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; studiefinanciering terecht herzien naar thuiswonend met terugvordering.