ECLI:NL:CRVB:2015:4534
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- H. van Leeuwen
- L. Koper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing laattijdige Wajong-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellant diende op 15 oktober 2013 een aanvraag in voor een Wajong-uitkering wegens aangeboren psychische aandoeningen zoals autismespectrumstoornissen en ADHD. Het UWV wees de aanvraag af omdat niet kon worden vastgesteld dat appellant vanaf zijn zeventiende jaar arbeidsongeschikt was. Appellant maakte bezwaar en bracht meerdere medische rapporten in, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel en wees het beroep af.
In hoger beroep stelde appellant dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld door geen inhoudelijke medische beoordeling te maken en zich te baseren op het bewijsrisico van een laattijdige aanvraag. De Centrale Raad oordeelde dat het UWV niet volstaat met het argument dat door tijdsverloop de medische situatie niet meer vast te stellen is en dat het UWV verplicht is een medisch en arbeidskundig oordeel te geven op basis van de beschikbare gegevens, ook al is dat met minder zekerheid.
De Raad benadrukte dat het UWV een intern stappenplan hanteert voor laattijdige aanvragen dat geen bindende kracht heeft, maar wel richtinggevend is. Het bestreden besluit voldeed niet aan de motiveringsvereisten van artikel 7:12 Awb Pro en moest worden vernietigd. Het UWV kreeg de opdracht binnen zes weken een nieuwe, deugdelijke beoordeling te geven, inclusief het opstellen van een Functionele Mogelijkhedenlijst en een arbeidskundig onderzoek.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot afwijzing van de laattijdige Wajong-aanvraag wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuwe, deugdelijke beoordeling te geven.