ECLI:NL:CRVB:2015:4546
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstand met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant vroeg bijstand aan met ingang van 1 augustus 2012, nadat zijn aanvraag voor een WW-uitkering was afgewezen. Het dagelijks bestuur kende bijstand toe vanaf 15 november 2012, de datum waarop appellant zich meldde, en wees terugwerkende bijstand af. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat geen bijzondere omstandigheden waren die een eerdere bijstand rechtvaardigen.
In hoger beroep betoogde appellant dat de nasleep van het faillissement van zijn bedrijf en zijn psychische klachten tot verwarring leidden over zijn rechten. De Raad volgde dit niet, omdat de afwijzing van de WW-uitkering op 7 september 2012 duidelijkheid bood en appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij door zijn klachten niet eerder kon aanvragen.
De Raad bevestigde het uitgangspunt dat bijstand in beginsel niet wordt verleend vóór de datum van melding of aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Omdat zulke omstandigheden ontbraken, werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bekrachtigd. Er werd geen proceskostenveroordeling of schadevergoeding toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van bijstand met terugwerkende kracht wordt bevestigd.