ECLI:NL:CRVB:2015:4555
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aanvraag bijstand buiten behandeling gesteld wegens niet tijdig aanleveren gegevens
Appellante heeft op 3 december 2013 een bijstandsaanvraag ingediend. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft haar verzocht om vóór 16 december 2013 de benodigde stukken te overleggen. Na geen gehoor te hebben gegeven, kreeg appellante een tweede termijn tot 1 januari 2014, met de mogelijkheid om uitstel te vragen.
Appellante stelde dat zij op 28 december 2013 per e-mail om uitstel had verzocht, maar het college ontkende ontvangst. De Raad oordeelde dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat de e-mail het college heeft bereikt, mede omdat het afschrift onleesbaar was en geen ontvangstbevestiging werd overlegd.
Het college stelde de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5 Awb Pro omdat niet alle benodigde gegevens binnen de termijn waren verstrekt. Appellante voerde aan dat zij tijdens de bezwaarprocedure alsnog de ontbrekende stukken had ingediend, maar dit was onvoldoende om het besluit te wijzigen.
De Raad concludeerde dat het college bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te stellen en dat de aangevallen uitspraak van de rechtbank Rotterdam terecht was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is buiten behandeling gesteld omdat appellante niet tijdig alle gevraagde gegevens heeft verstrekt en niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij om uitstel heeft verzocht.