ECLI:NL:CRVB:2015:4565
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet melden mede-eigendom woning in buitenland
Appellante ontving bijstand sinds 2003 en kreeg deze ingetrokken voor de periode van 25 november 2003 tot 1 november 2004 vanwege het niet melden van mede-eigendom van een woning in Marokko. De commissie stelde dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden door deze eigendom niet te melden bij de aanvraag.
De rechtbank oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet op de hoogte was van haar mede-eigendom. Appellante stelde dat haar ex-echtgenoot haar handtekening bij de aankoop in 2003 had vervalst, maar de rechtbank vond geen bewijs voor deze stelling en wees stukken over een mogelijke vervalsing bij de verkoop in 2007 af als irrelevant.
In hoger beroep heeft appellante geen nieuwe onderbouwing geleverd en slaagde zij er niet in aannemelijk te maken dat zij niet wist van de mede-eigendom. De Raad bevestigde daarom de intrekking van de bijstand en de terugvordering van € 21.914,75 over de betreffende periode. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand en terugvordering bevestigd.