ECLI:NL:CRVB:2015:4580
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens termijnoverschrijding bij bestuursrechtelijke premie
Appellante was het niet eens met het besluit van het Zorginstituut waarin zij een bestuursrechtelijke premie werd opgelegd vanaf december 2013. Zij maakte bezwaar tegen dit besluit, maar haar beroepschrift bevatte geen gronden. De rechtbank stelde haar in de gelegenheid om dit verzuim binnen vier weken te herstellen, maar de aanvullende beroepsgronden werden pas na deze termijn ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig indienen van de beroepsgronden. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij belang had bij een inhoudelijke behandeling omdat de gronden alsnog tijdig werden ingediend voor de zitting, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank in redelijkheid haar bevoegdheid tot niet-ontvankelijkheid kon toepassen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing werd genomen door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 16 december 2015.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen van beroepsgronden.