ECLI:NL:CRVB:2015:4631
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na verzekeringsgeneeskundig onderzoek bevestigd
Appellant, voormalig vrachtwagenchauffeur, viel in 2008 uit wegens psychische klachten en ontving vanaf 2010 een loongerelateerde WGA-uitkering. Na heronderzoek door het UWV werd vastgesteld dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waarna de WIA-uitkering per 23 april 2013 werd beëindigd. Appellant maakte bezwaar en stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, mede vanwege medicijngebruik en psychische klachten.
De rechtbank Gelderland oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld. De rechtbank zag geen reden tot benoeming van een deskundige en vond de voorbeeldfuncties medisch geschikt voor appellant.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische gesteldheid onvoldoende was onderzocht en dat het UWV onzorgvuldig handelde door niet te reageren op een informatieverzoek van de Deutsche Rentenversicherung. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek adequaat was, de medicatie geen invloed had op de beoordeling en dat het UWV niet verplicht was te rapporteren aan de Deutsche Rentenversicherung.
De Raad concludeerde dat de FML van 17 juni 2013 een juiste weergave geeft van de beperkingen van appellant en dat de geduide functies passend zijn. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de WIA-uitkering bevestigd.