ECLI:NL:CRVB:2015:4636
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- L. Koper
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen terugbetaling teveel ingehouden WAO-uitkering
Appellante ontvangt sinds 1997 een gedeeltelijke WAO-uitkering. Het UWV heeft in 2009 besloten de uitkering te verlagen en een teveel betaalde uitkering van €19.580,20 terug te vorderen via verrekening met lopende uitkeringen. Appellante maakte bezwaar, waarna partijen een vaststellingsovereenkomst sloten waarin een betalingsregeling werd vastgelegd.
In 2013 berichtte het UWV appellante over een nabetaling van €1.340,18 wegens onterecht ingehouden bedragen. Appellante maakte bezwaar tegen deze brief, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was. Ook een latere brief met uitleg over de vaststellingsovereenkomst werd niet als besluit aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de terugbetaling geen rechtshandeling met rechtsgevolg is. De Raad bevestigt dit oordeel en verwijst naar eerdere jurisprudentie dat betalingen op grond van een vaststellingsovereenkomst geen besluiten zijn. Appellante kan haar geschil over de naleving van de overeenkomst alleen civielrechtelijk oplossen.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante is terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat de terugbetaling geen besluit is in de zin van de Awb.