ECLI:NL:CRVB:2015:4642
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor maatgevende arbeid
Appellant, werkzaam als productiemedewerker/heftruckchauffeur, meldde zich ziek met concentratieklachten en slapeloosheid en ontving een Ziektewet-uitkering. Na onderzoek door verzekeringsartsen van het UWV werd vastgesteld dat appellant vanaf 21 mei 2013 weer geschikt was voor zijn werk, waarna het recht op ziekengeld werd beëindigd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn klachten en de zwaarte van zijn werk onvoldoende waren meegewogen en dat de medische onderzoeken niet zorgvuldig waren. Hij overlegde aanvullende medische informatie van een sociaal psychiatrisch verpleegkundige en een psychiater.
De Raad oordeelde dat de verzekeringsartsen een voldoende duidelijk beeld hadden van de aard en zwaarte van het werk en dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. De aanvullende informatie leidde niet tot wijziging van het oordeel. De Raad concludeerde dat appellant vanaf 21 mei 2013 geschikt was voor zijn maatgevende arbeid en bevestigde daarmee het besluit tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering.
Uitkomst: De Ziektewet-uitkering van appellant is terecht per 21 mei 2013 beëindigd wegens geschiktheid voor zijn maatgevende arbeid.