ECLI:NL:CRVB:2015:4643
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geschiktheid voor eigen werk ondanks medische klachten en gebruik rollator
Appellante was werkzaam als docente inburgeringscursussen voor 40 uur per week en ontving een Ziektewetuitkering na ziekmelding wegens hand- en uitstralingsklachten. Het UWV beëindigde de uitkering omdat appellante geschikt werd geacht voor haar eigen werk. De rechtbank oordeelde dat het medische onderzoek zorgvuldig was en dat appellante niet arbeidsongeschikt was voor haar functie.
In hoger beroep stelde appellante dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zij door fysieke klachten en het gebruik van een rollator haar werk niet kon uitvoeren. Zij voerde aan dat werkzaamheden te belastend waren en dat niet op elke locatie een lift aanwezig was, wat haar belemmerde. De Raad stelde vast dat het gebruik van de rollator medisch was geïndiceerd, maar dat dit geen reden was om haar als arbeidsongeschikt te beschouwen.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het UWV een zorgvuldig medisch onderzoek had verricht, waarbij rekening was gehouden met de aard van het werk en de beperkingen van appellante. Er was geen nieuwe medische informatie die tot een ander oordeel leidde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de geschiktheid van appellante voor haar eigen werk wordt bevestigd.