ECLI:NL:CRVB:2015:4654
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-vervolguitkering na zorgvuldige beoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatstelijk productiemedewerker, meldde zich ziek met rugklachten en psychische problemen. Het UWV stelde een WGA-vervolguitkering vast met een arbeidsongeschiktheid van 55,97%, die later werd beëindigd omdat appellant volgens het UWV met zijn beperkingen gangbare arbeid kon verrichten met een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn beperkingen, waaronder concentratieproblemen, werden onderschat. Hij overlegde medische rapporten van specialisten ter ondersteuning. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat de verzekeringsgeneeskundige beoordeling zorgvuldig en juist was, waarbij de medische rapporten waren betrokken.
De Raad vond dat de beperkingen adequaat waren vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst en dat appellant met inachtneming van deze beperkingen de geduide functies kon vervullen. Het hoger beroep werd verworpen en de beëindiging van de WGA-vervolguitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-vervolguitkering wegens voldoende arbeidsvermogen.