ECLI:NL:CRVB:2015:4656
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid voor maatmanarbeid in WIA-uitkering
Appellant was werkzaam als operator lasmachine en meldde zich ziek wegens lichamelijke klachten. Het UWV stelde vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op WIA-uitkering ontstond. Het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit besluit, waarna appellant hoger beroep instelde.
In hoger beroep stelde appellant dat het bestreden besluit niet deugdelijk was gemotiveerd omdat het niet expliciet vermeldde dat hij geschikt was voor maatmanarbeid. De Raad oordeelde dat dit inderdaad ontbrak, wat strijdig is met artikel 7:12 Awb Pro. Desondanks kon het besluit met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro in stand blijven omdat de medische en arbeidskundige rapporten zorgvuldig en deugdelijk waren.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep had appellant niet lichamelijk onderzocht, maar baseerde zich op uitgebreide medische gegevens en een expertise van een orthopedisch chirurg en neuroloog. De arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant geschikt was voor de maatmanfunctie. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt bevestigd met verbetering van gronden en het UWV wordt veroordeeld in proceskosten.