ECLI:NL:CRVB:2015:4673

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 december 2015
Publicatiedatum
21 december 2015
Zaaknummer
15/3420 AOW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet betalen griffierecht ongegrond verklaard

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat hij het griffierecht niet had betaald en het hogerberoepschrift niet tijdig had ingediend. Appellant stelde in verzet dat hij het griffierecht wel had betaald en bereid was dit opnieuw te doen, en dat het hogerberoepschrift tijdig was verzonden.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat appellant geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die de eerdere uitspraak onjuist maakten. Tevens ontbraken bewijsstukken ter onderbouwing van zijn stellingen. Het wettelijke kader biedt geen mogelijkheid om een nieuwe termijn voor betaling van het griffierecht toe te staan.

Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van termijnen en betalingsverplichtingen in bestuursrechtelijke procedures.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet betalen van het griffierecht is ongegrond verklaard.

Uitspraak

Datum uitspraak: 10 december 2015
15/3420 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 november 2014, 14/3778 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] , Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: R.G. van den Berg
Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 25 september 2015 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat hij het griffierecht niet heeft betaald en het hogerberoepschrift niet tijdig heeft ingediend, en redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
In verzet heeft appellant aangevoerd dat hij het griffierecht wel heeft betaald en dat hij ook bereid is om het griffierecht nogmaals te betalen. Appellant heeft verder aangevoerd dat het hogerberoepschrift binnen de daarvoor geldende termijn is verzonden.
De Raad is van oordeel dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de uitspraak van
25 september 2015 onjuist is. Appellant heeft zijn stellingen niet met bewijsstukken onderbouwd. Het wettelijke stelsel biedt geen ruimte om appellant een nieuwe termijn voor de betaling van het griffierecht te gunnen.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal,
De griffier De voorzitter
(getekend) R.G. van den Berg (getekend) T.G.M. Simons

HD