ECLI:NL:CRVB:2015:4677

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 december 2015
Publicatiedatum
21 december 2015
Zaaknummer
14/6634 ANW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet-betaling griffierecht in hoger beroep sociale zekerheidszaak

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam in een sociale zekerheidszaak. Dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald en er geen gegronde reden was om het verzuim te vergoelijken.

Appellante heeft vervolgens verzet aangetekend en gesteld dat zij het griffierecht wel had voldaan. De Centrale Raad van Beroep heeft dit verzet beoordeeld en geoordeeld dat appellante geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die de eerdere beslissing onjuist maken. Tevens heeft zij geen bewijsstukken overlegd ter onderbouwing van haar stelling.

De Raad verklaart het verzet daarom ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling in verband met het verzet. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 10 december 2015.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens het niet-betalen van het griffierecht.

Uitspraak

Datum uitspraak: 10 december 2015
14/6634 ANW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 19 augustus 2014, 14/2380 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] , Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: R.G. van den Berg
Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 10 juli 2015 heeft de Raad het hoger beroep van appellante tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald, en redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
In verzet heeft appellante aangevoerd dat zij het griffierecht wel heeft betaald.
De Raad is van oordeel dat appellante in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de uitspraak van 10 juli 2015 onjuist is. Appellante heeft haar stelling niet met bewijsstukken onderbouwd.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal,
De griffier De voorzitter
(getekend) R.G. van den Berg (getekend) T.G.M. Simons

HD