ECLI:NL:CRVB:2015:4678

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 december 2015
Publicatiedatum
21 december 2015
Zaaknummer
15/2674 AOW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in AOW-uitkering afgewezen

In deze zaak betrof het een hoger beroep van appellant tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een AOW-uitkering. De Centrale Raad van Beroep had het hoger beroep eerder niet-ontvankelijk verklaard omdat het hogerberoepschrift geen gronden bevatte en appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet in verzuim was.

Appellant stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, maar heeft geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die het oordeel van de Raad zouden kunnen wijzigen. Het verzet beperkte zich tot het herhalen van zijn onvrede over het bestreden besluit.

De Raad oordeelt dat het verzet ongegrond is en wijst het af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Hiermee blijft de eerdere beslissing van niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep in stand.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Datum uitspraak: 10 december 2015
15/2674 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 25 maart 2015, 14/1576 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] , Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: R.G. van den Berg
Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 25 september 2015 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het hogerberoepschrift geen gronden bevat, en redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
De Raad is van oordeel dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de uitspraak van
25 september 2015 onjuist is. Appellant heeft in verzet slechts herhaald dat hij het niet eens is met het in beroep bij de rechtbank bestreden besluit.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal,
De griffier De voorzitter
(getekend) R.G. van den Berg (getekend) T.G.M. Simons

HD