ECLI:NL:CRVB:2015:4679
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering na hersteldverklaring en juiste maatstaf arbeid
Appellante was sinds april 2008 werkzaam als agrarisch medewerkster en meldde zich ziek per september 2012 met diverse fysieke en psychische klachten. Na een eerste hersteldverklaring per november 2012 werd haar Ziektewet-uitkering beëindigd, maar dit besluit werd op bezwaar teruggedraaid. Vervolgens werd zij per 1 juli 2013 opnieuw hersteld verklaard en werd de uitkering beëindigd. Dit besluit werd door de rechtbank bevestigd.
In hoger beroep betwistte appellante de juistheid van de maatstaf arbeid die het UWV hanteerde, stellende dat zij in haar werk meer moest lopen dan door het UWV werd aangenomen en dat haar klachten onderschat waren. Zij overlegde aanvullende medische stukken en verzocht om vergoeding van wettelijke rente over de achterstallige uitkering.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht uitging van een maatstaf arbeid bij een soortgelijke werkgever, waarbij bijzondere belastende aspecten zoals meer lopen buiten beschouwing blijven. De medische rapporten van het UWV en de arbeidsdeskundige gaven geen aanleiding tot een ander oordeel. Het verzoek om wettelijke rente werd afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering en wijst het hoger beroep en het verzoek om wettelijke rente af.