ECLI:NL:CRVB:2015:468
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken tot herziening gelijkstelling tweede-generatie-slachtoffers Wuv
Appellanten, dochters van een Joodse moeder die in 1976 als vervolgde werd erkend, verzochten om herziening van eerdere afwijzende besluiten om hen als tweede-generatie-slachtoffers gelijk te stellen met vervolgden in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv).
De eerdere besluiten uit 1985 en 1986, alsmede latere herzieningsverzoeken, werden afgewezen. De Raad oordeelde dat appellanten geen belanghebbenden zijn voor herziening van het besluit over hun moeder, en dat sinds een wetswijziging in 1994 geen gelijkstelling meer mogelijk is voor personen geboren na 5 mei 1945, tenzij sprake is van een aperte ambtelijke fout.
De Raad concludeerde dat het beleid van de Uitkeringsraad om alleen gelijkstelling te overwegen indien een ouder als vervolgde is erkend niet onredelijk is en dat geen bijzondere omstandigheden of aperte fouten zijn vastgesteld. Daarom verklaarde de Raad de beroepen ongegrond en wees de verzoeken af.
Uitkomst: De beroepen van appellanten worden ongegrond verklaard en de bestreden besluiten worden gehandhaafd.