Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 8 oktober 2012 waarin werd vastgesteld dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op een WIA-uitkering. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard, waarna appellante in beroep ging bij de rechtbank Noord-Nederland. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische beperkingen van appellante juist waren vastgesteld op basis van verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren en stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat er onvoldoende rekening was gehouden met haar cognitieve beperkingen als gevolg van een CVA. Zij stelde dat nader onderzoek en deskundigeninzet noodzakelijk waren geweest. Het UWV verzocht de aangevallen uitspraak te bevestigen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe gronden bevatte en dat het bestreden besluit zorgvuldig was voorbereid. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had de dagbesteding en werksituatie van appellante in ogenschouw genomen, het verzekeringsgeneeskundig protocol Beroerte gevolgd en alle relevante medische stukken, waaronder neuropsychologische rapporten, betrokken bij haar beoordeling. De beperkingen waren adequaat weergegeven in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en de voorgehouden functies waren medisch geschikt.
De Raad zag geen aanleiding tot het inschakelen van een deskundige en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het verzoek tot vergoeding van schade werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV wordt bevestigd.