ECLI:NL:CRVB:2015:4681
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen twee besluiten van het UWV waarbij haar recht op WIA-uitkering werd vastgesteld en later beëindigd vanwege een vermindering van haar arbeidsongeschiktheid. De rechtbank Oost-Brabant heeft de beroepen ongegrond verklaard, omdat uit de medische gegevens bleek dat appellante vanaf 18 april 2013 weer belastbaar was voor arbeid en pas vanaf 1 juni 2013 toegenomen klachten en beperkingen had.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij tussen 18 april 2013 en 1 juni 2013 volledig arbeidsongeschikt was en dat ten onrechte geen deskundige was benoemd. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de gronden van appellante voornamelijk een herhaling zijn van eerdere argumenten die door de rechtbank terecht zijn verworpen.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat de verzekeringsgeneeskundige rapporten voldoende gemotiveerd zijn en dat er geen nadere medische stukken zijn die twijfel zaaien over de juistheid van de conclusies. Ook het verzoek tot benoeming van een deskundige wordt afgewezen. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de bestreden besluiten worden bevestigd.