ECLI:NL:CRVB:2015:4686
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing WAO-uitkering wegens weigering onderzoek onafhankelijke psychiater
Appellante ontvangt sinds 12 juni 2008 een WAO-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV heeft een heronderzoek ingesteld vanwege twijfels over de betrouwbaarheid van eerdere medische informatie, waarbij een onafhankelijke psychiater werd ingeschakeld. Appellante verscheen niet voor het onderzoek op 10 januari 2013 en maakte bezwaar tegen het onderzoek.
Het UWV schortte daarop de uitkering op grond van artikel 25 van Pro de WAO wegens het niet naleven van de verplichting tot medewerking aan een medisch onderzoek. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde de schorsing.
In hoger beroep stelt appellante dat het UWV niet van haar had mogen verlangen zich te laten onderzoeken door een onafhankelijke psychiater en dat zij niet in staat was het onderzoek te ondergaan. De Raad oordeelt dat het UWV bevoegd was het onderzoek te gelasten en dat appellante onvoldoende medische onderbouwing heeft geleverd voor haar weigering. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die het UWV verhinderden van zijn bevoegdheid gebruik te maken.
De Raad concludeert dat appellante ten onrechte de verplichting uit artikel 25 van Pro de WAO niet is nagekomen en bevestigt de schorsing van de uitkering. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam wordt bekrachtigd.
Uitkomst: De schorsing van de WAO-uitkering wegens het niet verschijnen bij het onderzoek door een onafhankelijke psychiater wordt bevestigd.