ECLI:NL:CRVB:2015:4699
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging volledige arbeidsongeschiktheid bij aanvang WIA-verzekering
Appellante was vanaf 1 maart 2009 in dienst bij een werkgever en meldde zich op 10 augustus 2009 ziek. Het UWV stelde bij besluit van 21 november 2011 vast dat zij geen recht had op een WIA-uitkering. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank werd het bezwaar opnieuw beoordeeld en ongegrond verklaard op grond dat appellante bij aanvang van de verzekering volledig arbeidsongeschikt was.
De rechtbank oordeelde dat er voldoende en ondubbelzinnige indicaties waren voor volledige arbeidsongeschiktheid bij aanvang van de verzekering. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij niet volledig arbeidsongeschikt was en verwees naar eerdere beoordelingen en haar arbeidsovereenkomst.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank. Zij baseerde zich op medische en arbeidsdeskundige rapporten die de volledige arbeidsongeschiktheid bevestigen, waaronder een functionele mogelijkhedenlijst en verklaringen over het functioneren van appellante. Eerdere beoordelingen in andere kaders waren niet relevant voor de WIA-beoordeling.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat appellante bij aanvang van de verzekering volledig arbeidsongeschikt was.