ECLI:NL:CRVB:2015:4701
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag Wajong-uitkering na eerdere afwijzing zonder nieuwe feiten
Appellante diende in 2002 een aanvraag in voor een Wajong-uitkering, die werd afgewezen omdat zij pas op 19-jarige leeftijd verzekerd werd terwijl zij toen al volledig arbeidsongeschikt was. In 2013 deed zij een nieuwe aanvraag op grond van de Wet Wajong, welke eveneens werd afgewezen omdat zij op haar 17e verjaardag geen ingezetene was van Nederland of een EU/EER-land.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren zoals bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro. Appellante stelde in hoger beroep dat de inwerkingtreding van de Wet Wajong per 2010 een nieuw feit was en voerde discriminatiegronden aan, maar deze werden niet als nieuwe feiten erkend.
De Raad overwoog dat de aanvraag moet worden beoordeeld naar zijn strekking en dat de Wet Wajong niet ziet op aanspraken ten tijde van appellantes 17e en 18e verjaardag. Internationale verdragen en jurisprudentie vormden geen nieuwe feiten. Het Uwv was bevoegd het verzoek af te wijzen en de rechtbank heeft dit oordeel terecht bevestigd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak en verklaart dat de aanvraag terecht is afgewezen. Er is geen sprake van nieuwe feiten die herziening rechtvaardigen en de procedurekosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: De aanvraag van appellante voor een Wajong-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.