ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3912
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. de Mooij
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Weigering verdere terugwerkende kracht herziening AOW-pensioen na arrest Wessels-Bergervoet
Betrokkene, geboren in 1933, ontving in 1998 een AOW-pensioen met korting wegens niet-verzekerde perioden. Na het arrest Wessels-Bergervoet (2002) verzocht zij om herziening van haar pensioen met terugwerkende kracht. De Sociale verzekeringsbank (Svb) verhoogde het pensioen met terugwerkende kracht tot 1 januari 2002, maar weigerde verdere terugwerkende kracht toe te passen.
De rechtbank oordeelde dat de Svb had moeten onderzoeken of bijzondere omstandigheden een onevenredige hardheid veroorzaakten, maar de Raad vernietigde dit oordeel. De Raad stelde dat de Svb geen verplichting had om artikel 4:84 Awb Pro toe te passen en dat de beleidsregels van de Svb, die terugwerkende kracht tot 1 januari 2002 toestaan, correct waren toegepast.
De Raad benadrukte dat betrokkene geen rechtsmiddelen had aangewend tegen het oorspronkelijke besluit en dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die herziening met verdere terugwerkende kracht rechtvaardigden. Het beroep van betrokkene werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: De herziening van het AOW-pensioen is beperkt tot terugwerkende kracht tot 1 januari 2002; het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard.