ECLI:NL:CRVB:2015:4704
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van medische belastbaarheid en terugvordering WIA-uitkering na myocardinfarct
Appellant, voormalig verzekeringsadviseur, meldde zich ziek na een myocardinfarct en bypassoperatie en ontving een WIA-uitkering. Het UWV stelde op 30 september 2013 vast dat appellant recht had op een WGA-vervolguitkering met een arbeidsongeschiktheid van 55-65%. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en tegen een terugvordering van een teveel betaalde uitkering, maar deze bezwaren werden ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit gegrond en vernietigde dit, maar liet de rechtsgevolgen in stand; het beroep tegen het tweede besluit werd ongegrond verklaard. Appellant stelde in hoger beroep dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld en dat de rechtbank ten onrechte de actuele gezondheidssituatie niet had meegewogen, mede gelet op zijn rolstoelgebruik.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV een zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek had uitgevoerd, inclusief dossieronderzoek, cardiologisch en psychiatrisch onderzoek. De beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst weerspiegelen de belastbaarheid op de peildatum correct. De Raad verwierp het beroep van appellant en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarbij werd vastgesteld dat de terugvordering terecht was en dat geen dringende redenen bestonden om daarvan af te zien.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.