ECLI:NL:CRVB:2015:4717
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek langere terugwerkende kracht AOW-pensioen
Appellant, geboren in 1944 en woonachtig in Marokko, verzocht in 2012 om toekenning van een AOW-pensioen met terugwerkende kracht. De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende het pensioen toe met terugwerkende kracht van één jaar vanaf de datum van aanvraag, maar wees een langere terugwerkende kracht af.
Appellant stelde bezwaar in met het argument dat hij vanwege analfabetisme en hoge leeftijd niet tijdig een aanvraag kon indienen. De Svb verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit oordeel en stelde dat appellant geacht wordt tijdig een aanvraag te laten indienen door een derde en dat onbekendheid met de regels geen bijzonder geval vormt.
In hoger beroep voerde appellant geen nieuwe feiten aan die het eerdere oordeel konden wijzigen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en bevestigde de afwijzing van het verzoek tot een langere terugwerkende kracht. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de toekenning van één jaar terugwerkende kracht bij het AOW-pensioen blijft gehandhaafd.