ECLI:NL:CRVB:2015:4731
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vermindering bijstand wegens niet verschijnen bij bemiddelingsgroep bevestigd
Betrokkene ontvangt bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Op 18 juni 2013 is betrokkene uitgenodigd om deel te nemen aan een bemiddelingsgroep op 26 juni 2013, maar zij is zonder bericht niet verschenen. Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad heeft daarop bij besluit van 23 juli 2013 de bijstand met 25% verlaagd gedurende één maand.
De rechtbank Noord-Holland heeft het beroep van betrokkene tegen dit besluit gegrond verklaard omdat betrokkene de ontvangst van de uitnodigingsbrief van 18 juni 2013 had ontkend en dit ontkennen niet redelijkerwijs kon worden betwijfeld. Het college stelde echter dat de brief was verzonden naar het juiste adres en dat betrokkene andere brieven wel had ontvangen.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het bestuursorgaan aannemelijk moet maken dat de brief op het juiste adres is ontvangen, wat hier is gebeurd. Vervolgens ligt het op de weg van betrokkene om het vermoeden van ontvangst te ontzenuwen. Betrokkene is hierin niet geslaagd omdat haar ontkenning onvoldoende concreet was en de ontvangst van andere brieven juist het vermoeden van ontvangst versterkt.
Daarom vernietigt de Raad het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlaging van de bijstand wegens niet verschijnen bij de bemiddelingsgroep wordt ongegrond verklaard.