ECLI:NL:CRVB:2015:4762
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatst werkzaam als horecamedewerker, meldde zich ziek vanwege rechterbeenklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde na onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. Appellant maakte bezwaar, dat werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit eveneens ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant medische en arbeidskundige bezwaren aan, stellende dat zijn beperkingen onvoldoende waren meegewogen en dat hij niet in staat was de geselecteerde functies uit te voeren vanwege hevige pijn en mentale problemen. De Raad oordeelde dat deze gronden grotendeels herhaling waren van eerdere bezwaren die door de rechtbank terecht waren verworpen.
De Raad bevestigde dat de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige de beperkingen zorgvuldig hadden beoordeeld en dat het medisch oordeel niet was betwist met nieuwe gegevens. Ook de passendheid van de geselecteerde functies werd bevestigd. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit dat appellant geen WIA-uitkering krijgt wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.