ECLI:NL:CRVB:2015:4766
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WIA-uitkering wegens onjuist berekend inkomen uit arbeid
Appellant, die sinds 2007 een WGA-uitkering ontvangt wegens arbeidsongeschiktheid, werd geconfronteerd met een herziening en terugvordering van zijn uitkering over 2009-2012 door het UWV. Dit volgde op een onderzoek waaruit bleek dat appellant in die periode werkzaamheden verrichtte en inkomen genoot dat hij niet had gemeld.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond, stellende dat het UWV het inkomen uit arbeid op redelijke wijze mocht schatten vanwege het ontbreken van concrete gegevens van appellant. In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunten, betwistte hij het bestaan van inkomen uit arbeid en stelde dat ontvangen bedragen leningen waren of vermogensoverdrachten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dat appellant werkzaamheden verrichtte en inkomen genoot, maar oordeelde dat het UWV het inkomen over 2011 onjuist had berekend. Het bedrag van €18.000,- dat appellant ontving voor de oprichting van een nieuwe beheermaatschappij werd terecht niet als inkomen uit arbeid beschouwd. Hierdoor was de herziening en terugvordering over 2011 onzorgvuldig voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd.
De Raad gaf het UWV opdracht het gebrek te herstellen door een juiste berekening te maken en zo nodig nieuwe besluiten te nemen, waarmee het geschil over dat jaar definitief kan worden beslecht.
Uitkomst: Het UWV moet het inkomen uit arbeid over 2011 opnieuw berekenen en het besluit tot herziening en terugvordering aanpassen.