ECLI:NL:CRVB:2015:4824
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- L. Koper
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens andere ziekteoorzaak bij toegenomen beperkingen
Appellante, werkzaam als verpleeghulp, ontving tot oktober 2009 een WAO-uitkering vanwege rug-, buik- en psychische klachten. Na ziekmelding in december 2009 werd haar arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 31%, maar het Uwv weigerde een WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was per december 2011.
In maart 2013 meldde appellante verslechtering door knieklachten. Het Uwv stelde vast dat deze klachten een andere ziekteoorzaak betroffen dan bij de eerdere beoordeling, waardoor een wettelijke wachttijd van 104 weken geldt en geen recht op uitkering ontstaat. Appellante voerde aan dat de knieklachten al eerder bestonden, ondersteund door verklaringen van huisartsen en medische stukken.
De rechtbank oordeelde dat het Uwv voldoende aannemelijk had gemaakt dat de toegenomen beperkingen voortkomen uit een andere ziekteoorzaak. Tegenstrijdige verklaringen van huisartsen en het late melden van klachten in Nederland maakten de stelling van appellante onvoldoende aannemelijk. Ook de aanvullende medische stukken in hoger beroep gaven geen aanleiding tot herziening.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard; geen recht op WIA-uitkering wegens andere ziekteoorzaak.