ECLI:NL:CRVB:2015:4838
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over bijstand vanaf aankomstperiode
Appellante, afkomstig uit Suriname zonder Nederlandse nationaliteit, vroeg in 2012 bijstand aan voor haar minderjarige kinderen en in 2013 voor zichzelf. Het college kende bijstand toe vanaf de datum van haar verblijfsvergunning in april 2013, maar niet vanaf juni 2012 of eerder. De rechtbank oordeelde dat appellante vanaf juni 2012 recht had op bijstand, maar niet voor de periode oktober 2011 tot juni 2012.
Appellante ging in hoger beroep tegen het oordeel dat zij geen bijstand kreeg voor de periode oktober 2011 tot juni 2012. De Raad stelde vast dat deze periode niet binnen de aanvraag of het bezwaar viel en dat de rechtbank de reikwijdte van het geding onjuist had vastgesteld door deze periode toch te beoordelen.
De Raad vernietigde daarom het oordeel van de rechtbank over die periode wegens strijd met artikel 8:69 Awb Pro, dat de afbakening van het geding regelt. Hierdoor werd niet inhoudelijk op de beroepsgronden ingegaan. Het college werd veroordeeld in de proceskosten van appellante en het griffierecht werd vergoed.
Uitkomst: De Raad vernietigt het oordeel over de periode vóór 11 juni 2012 wegens overschrijding van de reikwijdte van het geding en veroordeelt het college in proceskosten.