ECLI:NL:CRVB:2015:4839
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- M. Hillen
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Geen vergoeding belastingschade bij niet-tijdige uitbetaling bijstand
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om vergoeding van wettelijke rente en belastingschade wegens niet-tijdige betaling van bijstand over de jaren 2007, 2008 en 2010. Het college vergoedde de wettelijke rente maar wees de vergoeding van belastingschade af, wat door de rechtbank werd bevestigd.
In hoger beroep stelde appellant dat hij door de nabetaling in 2010 meer belasting had betaald dan bij tijdige uitbetaling en dat de algemene heffingskorting niet benut kon worden, met een schade van circa €1.800. De Raad toetste of appellant daadwerkelijk belastingschade had geleden.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 19, vierde lid, WWB de bijstand netto wordt vastgesteld en dat de gemeente de loonbelasting en premies volksverzekeringen voor haar rekening neemt. Het college bevestigde dat de nabetaling netto was en dat het nadeel van de niet-toepasbare heffingskorting voor rekening van de gemeente bleef.
Hieruit volgde dat appellant niet meer belasting had betaald dan bij tijdige uitbetaling en geen andere belastingschade aannemelijk had gemaakt. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd; geen vergoeding belastingschade.