ECLI:NL:CRVB:2015:4847
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- L. Koper
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Beoordeling laattijdige aanvraag Wajong-uitkering en jonggehandicaptenstatus
Appellant diende een laattijdige aanvraag in voor een Wajong-uitkering, waarbij het UWV stelde dat geen doorlopende arbeidsongeschiktheid van 52 weken tussen zijn 17e en 18e jaar was vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant niet als jonggehandicapte kon worden aangemerkt.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn arbeidsongeschiktheid eerder was ingetreden, mede door een problematische thuissituatie en psychische problemen, en overhandigde medische stukken en een behandelplan. De Raad concludeerde echter dat de medische gegevens geen aanwijzingen bevatten voor arbeidsongeschiktheid vóór januari 2010, en dat het UWV de situatie juist had beoordeeld.
De Raad wees het verzoek om een onafhankelijke deskundige af, omdat de medische beoordeling niet werd betwist. Ook werd het betrekken van het medisch dossier van de broer van appellant afgewezen, omdat dit niet relevant was voor de individuele beoordeling.
Uiteindelijk bevestigde de Centrale Raad van Beroep het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank, waarmee de aanvraag van appellant werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag Wajong-uitkering afgewezen wegens ontbreken van doorlopende arbeidsongeschiktheid tussen 17 en 18 jaar.